Bij kanker kunnen verschillende soorten medicijnen en behandelingen worden gebruikt. Sommige behandelingen doden kankercellen direct, terwijl andere juist de groei van de tumor afremmen of het afweersysteem helpen om kanker beter aan te vallen.
Op deze pagina vind je uitleg van veelgebruikte medische woorden over chemotherapie en andere kankerbehandelingen.
Chemotherapie is een behandeling met medicijnen die kankercellen beschadigen of vernietigen. De medicijnen verspreiden zich via het bloed door het hele lichaam en kunnen daardoor ook kankercellen bereiken die zich buiten de oorspronkelijke tumor bevinden.
Chemotherapie richt zich vooral op snel delende cellen. Omdat ook sommige gezonde lichaamscellen zich snel delen, kunnen bijwerkingen ontstaan zoals haaruitval, misselijkheid, vermoeidheid en een verhoogde kans op infecties.
De behandeling kan worden gebruikt om kanker te genezen, de groei van kanker te remmen of klachten te verminderen.
Een chemokuur is een behandeling waarbij chemotherapie volgens een vast schema wordt toegediend. Vaak bestaat een kuur uit een periode van behandeling, gevolgd door een rustperiode waarin het lichaam kan herstellen.
Hoe lang een chemokuur duurt, hangt af van het soort kanker, de gebruikte medicijnen en hoe het lichaam op de behandeling reageert. Sommige mensen krijgen meerdere kuren verspreid over weken of maanden.
Tijdens een chemokuur worden regelmatig bloedonderzoeken en controles uitgevoerd om te beoordelen hoe het lichaam op de behandeling reageert.
Immunotherapie is een behandeling die het eigen afweersysteem helpt om kankercellen beter te herkennen en aan te vallen. Sommige kankercellen kunnen zich gedeeltelijk verbergen voor het afweersysteem. Immunotherapie helpt het lichaam om deze cellen toch op te sporen.
Niet iedere soort kanker reageert op immunotherapie. Daarom onderzoeken artsen vooraf vaak bepaalde kenmerken van de tumor.
Immunotherapie kan andere bijwerkingen geven dan chemotherapie, omdat het afweersysteem actiever wordt. Hierdoor kunnen soms ontstekingsreacties ontstaan in gezonde organen of weefsels.
Doelgerichte therapie bestaat uit medicijnen die zich richten op specifieke eigenschappen van kankercellen. Sommige tumoren bevatten afwijkingen in genen of eiwitten die de groei van kanker stimuleren.
Door deze specifieke kenmerken te blokkeren kan de groei van de tumor worden afgeremd. Deze behandeling werkt meestal alleen bij bepaalde soorten kanker met specifieke eigenschappen.
Vooraf wordt daarom vaak onderzocht welke kenmerken de tumor heeft. Doelgerichte therapie wordt regelmatig gecombineerd met chemotherapie of andere behandelingen.
Hormoontherapie is een behandeling die de werking of aanmaak van bepaalde hormonen remt. Sommige soorten kanker, zoals bepaalde vormen van borst- of prostaatkanker, gebruiken hormonen om te groeien.
Door hormonen te blokkeren of te verlagen kan de groei van de kanker vertragen. Hormoontherapie wordt vaak langdurig gebruikt en kan bestaan uit tabletten, injecties of andere medicijnen.
Mogelijke bijwerkingen verschillen per behandeling, maar kunnen onder andere bestaan uit opvliegers, vermoeidheid of veranderingen in stemming en seksualiteit.
Cytostatica zijn medicijnen die de groei en deling van cellen remmen of stoppen. Omdat kankercellen zich vaak sneller delen dan normale lichaamscellen, zijn ze extra gevoelig voor deze behandeling. Cytostatica vormen de basis van veel chemotherapiebehandelingen.
De medicijnen kunnen echter ook gezonde snel delende cellen beschadigen, zoals haarcellen, slijmvliescellen en bloedcellen. Daardoor kunnen bijwerkingen ontstaan, zoals haaruitval, misselijkheid, vermoeidheid, diarree of een verhoogde kans op infecties.
Welke bijwerkingen optreden, hangt af van het soort cytostatica, de dosering en de reactie van het lichaam op de behandeling.
