Bloed en afweer

Tijdens chemotherapie worden regelmatig bloedcontroles uitgevoerd. Daarmee controleren artsen onder andere hoe goed het beenmerg werkt en of het lichaam voldoende bloedcellen aanmaakt. Sommige bloedwaarden kunnen tijdelijk dalen door de behandeling. Daardoor kun je bijvoorbeeld vermoeid raken of gevoeliger worden voor infecties.

Op deze pagina vind je uitleg van veelgebruikte medische woorden die te maken hebben met bloed, afweer en infecties tijdens chemotherapie.

 

Trombocytopenie | Chemotherapie en medicijnen

Hemoglobine

Hemoglobine is een eiwit in rode bloedcellen dat zuurstof door het lichaam vervoert. Het zorgt ervoor dat organen en spieren voldoende zuurstof krijgen om goed te kunnen functioneren.

Een laag hemoglobinegehalte wordt vaak bloedarmoede (anemie) genoemd. Tijdens chemotherapie kan het hemoglobine dalen doordat het beenmerg tijdelijk minder rode bloedcellen aanmaakt. Hierdoor kunnen klachten ontstaan zoals vermoeidheid, duizeligheid, bleekheid en kortademigheid.

Rode bloedcellen

Rode bloedcellen vervoeren zuurstof vanuit de longen naar organen en spieren. Ze bevatten hemoglobine, het eiwit dat zuurstof bindt en transporteert.

Chemotherapie kan de aanmaak van rode bloedcellen in het beenmerg tijdelijk verminderen. Hierdoor kan bloedarmoede ontstaan. Mensen met een tekort aan rode bloedcellen voelen zich vaak sneller moe of kortademig, vooral bij inspanning.

Witte bloedcellen

Witte bloedcellen helpen het lichaam bij het bestrijden van bacteriën, virussen en andere ziekteverwekkers. Ze vormen een belangrijk onderdeel van het afweersysteem.

Tijdens chemotherapie kan het aantal witte bloedcellen tijdelijk dalen doordat het beenmerg minder nieuwe cellen aanmaakt. Hierdoor neemt de kans op infecties toe. Daarom worden bloedwaarden tijdens de behandeling regelmatig gecontroleerd.

Bloedplaatjes

Bloedplaatjes helpen bij het stoppen van bloedingen. Wanneer een bloedvat beschadigd raakt, zorgen bloedplaatjes ervoor dat het bloed kan stollen en een wondje wordt afgesloten.

Chemotherapie kan de aanmaak van bloedplaatjes tijdelijk verminderen. Hierdoor kunnen sneller blauwe plekken, neusbloedingen of kleine huidbloedingen ontstaan. Ook kunnen wondjes langer blijven bloeden dan normaal.

Beenmerg

Beenmerg is het zachte weefsel binnenin botten waar nieuwe bloedcellen worden aangemaakt. Hier ontstaan rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes.

Chemotherapie richt zich op snel delende cellen. Daardoor kan ook het beenmerg tijdelijk worden beïnvloed. Wanneer het beenmerg minder goed werkt, kunnen bloedwaarden dalen en kunnen klachten ontstaan zoals vermoeidheid, infecties of een verhoogde kans op bloedingen.

Infectie

Een infectie ontstaat wanneer bacteriën, virussen, schimmels of andere ziekteverwekkers het lichaam binnendringen en zich vermenigvuldigen. Tijdens chemotherapie kan het lichaam tijdelijk minder goed infecties bestrijden.

Daardoor kunnen infecties sneller ernstig worden dan normaal. Koorts tijdens chemotherapie is daarom een belangrijk waarschuwingssignaal. Bij koorts of plotseling ziek voelen is het belangrijk direct contact op te nemen met het ziekenhuis of de behandelend arts.

Afweer

Afweer is het vermogen van het lichaam om infecties en ziektes te bestrijden. Het afweersysteem bestaat onder andere uit witte bloedcellen, antistoffen en andere beschermende lichaamscellen.

Chemotherapie kan de afweer tijdelijk verzwakken doordat minder witte bloedcellen worden aangemaakt. Hierdoor wordt het lichaam gevoeliger voor infecties. Goede hygiëne en regelmatige controles van het bloed zijn daarom belangrijk tijdens de behandeling.