Tijdens en na chemotherapie worden verschillende onderzoeken uitgevoerd om kanker op te sporen, het stadium van de ziekte te bepalen en het effect van de behandeling te controleren. Sommige onderzoeken nemen beelden van het lichaam, terwijl andere een stukje weefsel onderzoeken.
Op deze pagina vind je uitleg van veelgebruikte medische woorden die te maken hebben met onderzoeken, scans en controles bij kanker.
Een biopsie is een onderzoek waarbij een klein stukje weefsel uit het lichaam wordt weggenomen voor verder onderzoek in het laboratorium. Artsen kunnen hiermee vaststellen of er sprake is van kanker en om welk type tumor het gaat.
Het weefsel wordt onderzocht onder een microscoop. Soms worden ook aanvullende testen uitgevoerd om eigenschappen van de tumor te bepalen. Deze informatie helpt artsen bij het kiezen van de meest geschikte behandeling.
Een biopsie kan worden uitgevoerd met een naald, via een kleine ingreep of tijdens een operatie.
Een CT-scan is een onderzoek waarbij met röntgenstralen gedetailleerde beelden van de binnenkant van het lichaam worden gemaakt. Een computer combineert deze beelden tot doorsneden van organen en weefsels.
Met een CT-scan kunnen artsen tumoren, uitzaaiingen of veranderingen in organen opsporen en beoordelen. Het onderzoek wordt vaak gebruikt om te kijken hoe ver kanker zich heeft uitgebreid of hoe goed een behandeling werkt.
Bij sommige CT-scans wordt contrastvloeistof gebruikt om bepaalde structuren beter zichtbaar te maken.
Een MRI-scan is een onderzoek waarbij met sterke magneten en radiogolven beelden van het lichaam worden gemaakt. Bij een MRI worden geen röntgenstralen gebruikt.
MRI-scans geven vooral duidelijke beelden van zachte weefsels zoals hersenen, spieren, organen en zenuwen. Hierdoor kunnen artsen tumoren en afwijkingen nauwkeurig beoordelen.
Tijdens het onderzoek lig je in een scanner die harde geluiden kan maken. Sommige mensen ervaren de tunnel van de MRI als benauwend.
Een PET-scan is een onderzoek waarmee artsen kunnen zien hoe actief cellen in het lichaam zijn. Voor het onderzoek wordt een kleine hoeveelheid radioactieve stof toegediend die vooral wordt opgenomen door actieve cellen, zoals sommige kankercellen.
Daardoor kunnen tumoren of uitzaaiingen zichtbaar worden op de scan. Een PET-scan wordt vaak gecombineerd met een CT-scan zodat artsen zowel activiteit als exacte locatie kunnen beoordelen.
Het onderzoek helpt onder andere bij het opsporen van kanker en het controleren van het effect van behandelingen.
Een punctie is een onderzoek waarbij met een dunne naald vocht of cellen uit het lichaam worden gehaald voor onderzoek. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij een zwelling, tumor of ophoping van vocht.
Het afgenomen materiaal wordt onderzocht in het laboratorium om te kijken of er afwijkende of kwaadaardige cellen aanwezig zijn. Soms wordt een punctie ook gebruikt om vocht weg te halen en klachten te verminderen.
Een punctie gebeurt meestal onder lokale verdoving of met behulp van een echo of scan.
Een echo is een onderzoek waarbij met geluidsgolven beelden van de binnenkant van het lichaam worden gemaakt. Het onderzoek gebruikt geen straling en is meestal pijnloos.
Met een echo kunnen organen, bloedvaten, lymfeklieren en tumoren zichtbaar worden gemaakt. Artsen gebruiken een echo vaak om afwijkingen verder te onderzoeken of om een biopsie of punctie nauwkeuriger uit te voeren.
Tijdens het onderzoek beweegt een arts of laborant een apparaatje over de huid met behulp van gel.
