Chemotherapie kan invloed hebben op de aanmaak van bloedplaatjes in het beenmerg. Bloedplaatjes helpen het lichaam om bloedingen te stoppen en wondjes te laten genezen. Wanneer het aantal bloedplaatjes te laag wordt, kun je sneller blauwe plekken krijgen of langer blijven bloeden na een wondje. Een tekort aan bloedplaatjes wordt ook wel trombocytopenie genoemd.
Deze bijwerking komt minder vaak voor, maar kan tijdens chemotherapie wel ontstaan. Meestal gebeurt dit één tot drie weken na een behandeling. Daarom wordt je bloed tijdens de chemotherapie regelmatig gecontroleerd in het ziekenhuis. Wanneer het aantal bloedplaatjes te laag wordt, kan je arts extra maatregelen nemen of de behandeling tijdelijk aanpassen.
Het is belangrijk om veranderingen of bloedingen goed in de gaten te houden en klachten snel te melden aan je arts of oncologieverpleegkundige. Vooral bloedingen die moeilijk stoppen moeten serieus genomen worden.
Een tekort aan bloedplaatjes kan verschillende klachten veroorzaken. Sommige signalen zijn duidelijk zichtbaar, terwijl andere minder snel opvallen.
Mogelijke signalen van een tekort aan bloedplaatjes zijn:
Neem altijd contact op met je arts of oncologieverpleegkundige wanneer een bloeding niet stopt, wanneer je bloed ziet in urine of ontlasting, of wanneer je je plotseling erg zwak of duizelig voelt.
Tijdens chemotherapie kun je voorzichtig omgaan met situaties waarbij sneller bloedingen kunnen ontstaan. Kleine aanpassingen kunnen helpen om risico’s zoveel mogelijk te beperken.
Tips die kunnen helpen:
Je arts of oncologieverpleegkundige kan uitleggen waar je extra op moet letten tijdens de behandeling en welke ondersteuning mogelijk is wanneer klachten ontstaan.
