De manier waarop chemotherapie wordt gegeven, hangt af van het soort kanker, het stadium van de ziekte en het behandelplan dat jouw arts opstelt. Chemotherapie kan op verschillende manieren worden toegediend. Sommige behandelingen vinden plaats in het ziekenhuis, terwijl andere behandelingen thuis kunnen worden gevolgd.
Veel mensen krijgen chemotherapie via een infuus, maar ook tabletten, capsules of injecties zijn mogelijk. Welke vorm je krijgt, verschilt per behandeling en per persoon.
Chemotherapie wordt vaak rechtstreeks in een ader toegediend via een infuus. Het medicijn loopt dan langzaam via een slangetje in het bloed. Deze behandeling vindt meestal plaats in het ziekenhuis of op een dagbehandeling. Tijdens de behandeling zit je vaak in een stoel of lig je op een bed.
Soms wordt chemotherapie gegeven via een injectie in een spier of onder de huid. Dit gebeurt met een naald en spuit en duurt meestal korter dan een infuusbehandeling. Welke methode wordt gebruikt, hangt af van het medicijn en het behandelplan.
Bij sommige mensen wordt een hulpmiddel geplaatst, zoals een port-a-cath of PICC-lijn. Hierdoor hoeft niet telkens opnieuw in een ader geprikt te worden tijdens de behandeling.
Sommige vormen van chemotherapie zijn beschikbaar als tabletten, capsules of vloeibare medicijnen. Dit wordt orale chemotherapie genoemd. Deze medicijnen neem je meestal thuis in volgens een vast schema dat door jouw arts of verpleegkundige wordt uitgelegd.
Ook wanneer je de behandeling thuis gebruikt, blijf je regelmatig onder controle in het ziekenhuis. Artsen en verpleegkundigen volgen hoe je lichaam op de behandeling reageert en controleren mogelijke bijwerkingen of veranderingen in je gezondheid.
Het is belangrijk om medicijnen precies volgens voorschrift in te nemen. Verander nooit zelf de dosering en stop niet zonder overleg met je behandelaar. Bij vragen of klachten kun je altijd contact opnemen met je arts, verpleegkundige of apotheker.
